Skip navigation

Category Archives: Leven aan ’t Scheld

Een anekdote uit mijn kindertijd. Ik doe daar niet vaak aan, aan anekdotes uit mijn kindertijd. Ik vertel eigenlijk heel weinig over mijn kindertijd. Ik denk dat mijn kinderen weinig weten van mijn jonge jaren. Maar ik betrap mezelf erop dat ik het steeds vaker heb over mijn grootouders, dus misschien volgen die anekdotes uit mijn kindertijd nog. Dit is er alvast eentje. Het heeft te maken met het zomeruur, dus het past nog wel in deze periode van het jaar.

In het vijfde leerjaar zat ik bij een nogal strenge juffrouw. Ik herinner me voor het moment haar naam niet meer (een euvel dat me wel vaker ambeteert), maar ik zie haar wel nog voor mij. Niet van de jongste, met een dots. In het vijfde leerjaar moesten we handwerken. Breien vooral. En ik bakte daar niks van. Maar echt: niks. We moesten (godbetert) een sok breien, met vier breinaalden. In katoen. Dat katoen, dat kraakte en piepte over mijn breinaalden, door mijn klamme handjes van het angstzweet doordat ik er niks van kon, en doordat ik te vast breide, en doordat het katoen was. Uiteindelijk was de juf het zo beu, dat ik met wol mocht breien. Dat ging al wat beter. Maar dan nog… keer op keer stond ik naast haar omdat ze mijn breiwerkje moest ontwarren, en me weer op de goede weg moest zetten. We hadden breiles tussen 11u en 12u ’s middags. En toen veranderde dat uur. Van winteruur naar zomeruur. En voor mijn lijf was 11u dus 12u. En dan stond ik daar naast haar, met een buik die grolde en grolde van de honger… was ik nog wat beschaamder, mijn ellende kon niet meer op.

De sok heb ik nooit afgekregen. Later heb ik me wel herpakt, en nu kan ik flink borduren, haken en breien. Maar nu doe ik het niet meer.

Advertenties

Wij zijn een rare familie. Wij hebben allerlei huishoudtoestellen die we blijven gebruiken, terwijl ze bij anderen na een paar keer gebruiken stof staan te vergaren. Zoals daar zijn:

  • een sodaclub drankjesmaker. Spuitwater maken we daarmee, en limonade. En ook limonade zonder prik (dan gebruiken we het machien wel niet, haha), omdat dat zo lekker is. Sinaasappel-mango lijkt op Oasis. Maar dan goedkoper en met minder suiker. We hebben dat ding al meer dan een jaar, en gebruiken het dagelijks. Als de gasflessen niet leeg zijn, tenminste.
  • een halogeenoven. Gekocht wegens bakken met minder vet. Staat ondertussen in de kelder om plaats te besparen, maar wordt minstens wekelijks naar boven gehaald. Een gemak. Je pleurt het vlees erin en hebt er geen omkijken meer naar. Kip? Veel lekkerder. Zalm? Njam. Alleen het afwassen vind ik niet zo gemakkelijk, maar dat laat ik dan ook aan anderen over.
  • een broodbakmachine. Zelf brood bakken in ’t machien doe ik al jaren. Gemakkelijk, lekker. Kost evenveel tijd als naar de bakker om een brood gaan. En het is gewoon veel lekkerder. Vind ik toch. Veel keuze voor soorten bloem, veel afwisseling. En met noten. Hmmmm. Zalig. Alleen jammer dat die dingen zo snel kapot gaan. De machines zelf, de motor, dat niet. Absoluut niet. Maar die bakvormen. Aaaargh. Met hoeveel zorg je ze ook behandelt, na een jaar zijn ze kapot. Wellicht ook omdat die machines niet voorzien zijn om ze zo intensief te gebruiken als wij dat doen (alle dagen een brood). En een nieuwe bakvorm kost evenveel als een nieuwe machine zoals ze er regelmatig bij de Aldi of Lidl verkopen. Maar de laatste keer hebben we toch maar weer een duurdere gekocht. De bakvorm ziet er nog OK uit, maar nu begint 1 van die draaidingen erin al te slijten. ’t Is altijd iets. (en nee, je moet mij niet proberen te overtuigen brood te gaan bakken zonder machine. daar heb ik tijd noch goesting voor).

Rare mensen wij, jaja.

… of toch een stukje ervan. Zoals beloofd, een foto. De foto’s die ik neem met mijn GSM zijn nogal grofkorrelig blijkbaar, maar dat moet dan maar. Een beeld geeft het wel. We zijn tevreden, hebben het kampement in de woonkamer afgebroken en hebben een eerste nachtje in ons eigenste gezellige bed geslapen. Hoera!

Ik wens iedereen van harte het allerbeste voor 2010: veel geluk, liefde, tevredenheid, vriendschap, een goede gezondheid en alles wat je je verder maar wensen kan.

De boeken gaan op Satur9’s World voor onbepaalde tijd dicht. Ik kan niet schrijven. Wat ze zelf kwijt wil, is bij haar te lezen. Zelf kan en wil ik er niet over schrijven, en over andere dingen ook niet. Tot later.

Moeferkoe had me een stokske bezorgd, en het was er gelijk nog niet van gekomen. Maar ik ga me er eens aan zetten. 10 ongeweten weetjes. Zou dat lukken? Geen idee…

1. Misschien is dat wel een ongeweten weetje, dat ik geen tijd meer heb. Mijn dagen zijn te kort. En ik krijg er niet ingeperst wat ik eringeperst wil krijgen. Niet dat me dat echt vreselijk frustreert, maar toch. Dat komt misschien nog. Dat weet ík zelfs nog niet. Ha!

2. Ik vind van gedacht veranderen een goed ding. Niks te maken met draaien als een windhaantje, of hypocrisie of whatever. Een mens evolueert, en zijn meningen en levensvisies evolueren mee. Vroeger lustte ik geen witloof, nu vind ik dat lekker. Vroeger vond ik The Carpenters vreselijk, nu hoor ik ze graag.Zo moet dat zijn.

3. Meneertje Mertens lacht graag met mij. Hij is er zelfs op dit eigenste moment nu mee bezig. Maar ik vind dat niet erg. Want dan mag ik ook met hem lachen. Ha! (bis)

4. Ik pik heel snel bad vibes op. Veel te snel. Zo snel dat ik er al rap ambetanter van loop dan diegene waar ik de bad vibes van opvang. Ik vind dat vreselijk ongemakkelijk, en ik doe mezelf er veel miserie mee aan. Ik moet echt eens uitzoeken hoe ik dat moet oplossen.

5. Ik loop constant met liedjes in mijn hoofd. Zo constant, dat ik er zelf soms puitonnozel van word. Dat is soms echt niet gemakkelijk, hele dagen met van die plakkers in uw hoofd lopen. De vreselijkste eerst. Soms hoor ik een liedje, en komt het met vertraging door, dan zit dat een dag later in mijn hoofd. Maar er is geen ontkomen aan.

6. Sommige lezers weten dit, anderen niet, dus deze telt ook. Ik zie zwarte vlekken voor mijn ogen. Een gevolg van heel erg bijziend te zijn. Voor wie dit niet heeft: het is een beetje te vergelijken met je eigen wimpers voor je ogen zien bewegen. Maar die zwarte vlekken zijn er bij mij altijd, en bewegen altijd mee overal waar ik kijk. Vaak zie ik dit zelf niet meer, vaak wel edoch. En niet altijd even plezant.

7. Ik ben lichtjes verslaafd aan ER

8. Oh ja, van ogen gesproken trouwens: mijn ogen hebben een onbestemde kleur. Blauw, grijs, groenig… ik heb al vanalles gehoord. Niemand die het met zekerheid kan zeggen. Zelf hou ik het bij grijs.

9. Ooit was ik vreselijk zot van Spandau Ballet, Kajagoogoo en Duran Duran. Jaja.

10. Over het algemeen kan ik niet lachen met stand-up comedy, komieken in het algemeen (en Geert Hoste, Urbanus, Alex Agnew en Gunter Lamoot in het bijzonder om er maar een paar te noemen), komische films en alles wat bedoeld is om te lachen. Wat niet wil zeggen dat ik geen gevoel voor humor heb, maar heel dat geforceerde gedoe gaat meestal heel snel op mijn systeem werken. Afvoeren die handel!

11. Ik heb het moeilijk om op commando zo een aantal puntjes op te noemen. Dan moet ik zitten wringen en wroeten en zoeken en zuchten om de 10 te vervolmaken. Maar kijk, als 10 gepasseerd is, dan welt het ineens allemaal op.

12. Zo komen we bij 12, ha! (tris) Ik speel graag muziekkwissen. Niet dat ik dat nu nog doe, maar vroeger wel. Nu ook nog trouwens, maar wel privé, met meneertje Mertens. Dan krijgen we het in ons hoofd en doen we een uurtje of twee van muziekkwis.

Voila!

Dit stokje is ondertussen zo oud en belegen, dat ik het aan niemand meer doorspeel. Of kan doorspelen, want iedereen heeft dat al gedaan. Wat handig is, want ik doe dat niet graag, zo stokjes doorspelen. Maar wie er zin in heeft, rape het op!

Na een paar dagen wachten, dan eindelijk toch vrij positief nieuws. Ik was vreselijk ongerust, en probeer dat te verdringen, maar achteraf voel ik aan de opluchting dat die spanning toch heel groot was. Het sijpelt door tot in mijn dromen, ik droomde van insecten… mieren, bijen, en een gigantische soortement bloedzuiger die zich op mijn arm vastgeklemd had en die ik eraf moest trekken. Waarna een paar schone zuigsporen in mijn arm stonden. Vies maat, zo’n beestige dromen. Bah.

Wat is de zin van het leven? Dat vraag ik me af. Soms mis ik een god, of een godsdienst, als kapstok om de zin van het leven aan op te hangen. Of een god op wie ik de schuld kan steken van dingen die gebeuren. Maar ik geloof niet, en dan is het soms diep nadenken en afvragen waarom we dit alles doen, in dit leven. Wat het nut ervan is. Iemand antwoorden op deze vragen?

Fobieën, weet u wel. Angsten. U welbekend. Zoals claustrofobie. Arachnofobie. Maar ook xenofobie. En verlatingsangst. Smetvrees. Hoogtevrees. Bindingsangst. U kent ze wel, hè?

Maar wist u ook dat er iets bestond als anglofobie (angst voor Engeland of Engels)? Of apotemnofobie (angst voor amputaties)? En neofobie (alles dat nieuw is)? Of nog: gamofobie (angst voor het huwelijk of langdurige relaties)?

Echt grappig wordt het als het gaat over autoglossofobie (angst voor de eigen taal). Of triskaidekafobie (angst voor het getal 13) . En friggatriskaidekafobie (angst voor vrijdag de dertiende).

Helemáál grappig wordt het als het gaat over hippopotomonstrosesquippedaliofobie (angst voor lange woorden).

Maar ik ging echt tegen de grond van het lachen toen ik las dat er oog iets bestaat als ergofobie: angst voor werken. Jahaaaaa!

Met dank aan Wikipedia, mijn dochter en Jara.