Skip navigation

Monthly Archives: augustus 2006

Janna is gisteren een dagje naar Parijs geweest met oma en Herman, het was een lange maar heel fijne dag!

Janna in Parijs

Advertenties

1 september nadert, heel snel. En dan gaan we terug naar af.

Twee maanden hebben we van samenwonen kunnen spelen, en twee maanden was het verdomd fijn. Alhoewel het de laatste weken al serieus op me begon te wegen. Echt genieten kon ik niet meer, omdat daar iedere keer dat gevoel was, van straks is het gedaan, het is toch niet echt.

Ik heb steeds weer dat idee in mijn kop, van 1 september. ’s Ochtends brengen we Jens en Lies samen naar school. Naar hun nieuwe school. En ’s middags gaan we hen halen, want de eerste dag moeten ze niet meteen blijven eten. En dan brengen we hen terug. En gaan we hen halen. Maar het is maar een voorstelling in mijn hoofd. Want in het echt, daar gebeurt het niet. Daar mag het niet. Daar moeten wij elk apart, 60 km van elkaar weg, die eerste schooldag doormaken.

Maar weet je, ze zullen ons gvd niet blijven hebben. Wij beginnen plannen te maken. Wij blijven niet doorsukkelen zonder dat we vooruitzichten hebben. Als die vooruitzichten ons niet gegund worden, dan maken we ze zelf wel. Het is genoeg geweest, het is tijd voor ons. Tijd om samen de kinderen naar school te brengen. Tijd om elke nacht samen te kunnen slapen. Om elke ochtend samen op te staan. Om niet meer te moeten bellen naar elkaar, maar om gewoon te kunnen praten, zo ’s avonds in de zetel.

En we zullen er verdomd iets moois van maken, even mooi als de afgelopen twee maanden. Ik weet dat het lastig zal zijn, met vier kinderen, maar het zal niet lastiger zijn dan de afgelopen jaren, en we zullen er met zijn zessen iets moois van maken. Samen. Nog een beetje geduld. Ik begin de dagen weer af te tellen.

Het vakantiegevoel ontbreekt een beetje. Nog geen enkele dag het gevoel gehad van “joepie ik moet niet gaan werken”. Maar toch content van wat er vandaag al allemaal gedaan is: was, boodschappen, 2 van de 3 kinders in bad, opruimen, brood bakken… nu kruip ik voor een paar uurtjes in mijn zetel. Misschien kijk ik straks zelfs Jane Eyre eens uit op de laptop.

We zijn vandaag met 3 van de 4 kinderen (eentje is bij oma en Herman om morgen samen naar Parijs te gaan) naar Cars (veel vorm weinig inhoud, vooral het eerste deel, waarbij ik me zelfs niet kon wakkerhouden) wezen kijken. Opvallend: heel veel oma’s en opa’s met hun kleinkinderen in de zaal.

Zo actief als ik gisteren was, zo inactief ben ik vandaag. Ik heb geen zin. Eigenlijk zou ik nog het liefst van al met een boek in mijn bed kruipen.

zo’n WC.

(nou ja, na de slechte ervaring met een aquarium hier in huis ben ik daar niet zo zeker van, maar het ziet er wel flashy uit)

Leuke maandagse vraagjes van Tales from the crib.

Wat zou je liever opgeven: je televisie- of je internetaansluiting?

Televisie buiten. Zonder twijfel.

Wat was je eerste internetervaring? Herinner je je de eerste website nog die je ooit bezocht?

Mijn eerste internetervaring (ergens in 1998 dacht ik, of 1997) was met een modempje waarmee ik via iemand anders internetverbinding mocht surfen 😀 Was hij aan het surfen, dan kon ik niet. E-mail mocht ook niet. Ik was toen nog zó dom dat ik nog niet van webmail dinges gehoord had. Het heeft me wel behoed voor het gebruik van Hotmail.

De eerste website die ik bezocht, herinner ik me niet meer. Ik herinner me wel dat ik toen Mellon Collie and the Infinite Sadness ontdekt had, en dat ik uren doorbracht op Pumpkins sites als netphoria en spfc en starla en en en… veel sites die nu niet meer bestaan.

Waarvoor zou je het internet niet meer kunnen missen?

Zoveel. Om feeds te lezen, te bankieren, dingen op te zoeken, te houvasten, te neopetten, nieuws te lezen, te zonderdanken…

Welke websites bezoek je elke dag minstens één keer?

Miljaar, zoveel. Zonderdank natuurlijk (maar da’s een beetje vals spelen), Houvast, het KMI, die van de bank, Google, Neopets… en nog veel meer waar ik nu niet aan denk.

Wat heb je het laatste online gekocht?

Tickets voor Tool, juij!

Ik heb vakantie. Dus tijd om hier zo te zitten bloggen. Al moet ik nu wel eens iets anders gaan doen.

Dit.

Helemaal, maar dan ook helemaal eens met Michel.

Kinderen leer je van dieren niet te ambeteren. Of het nu bekende of onbekende dieren zijn. En da’s iets wat mijn kinderen nu heel goed weten: je loopt niet naar een hond op straat om hem te aaien. Maar ook die ideeën van bijvoorbeeld hondeneigenaars werken gigantisch op mijn systeem. Toen Janna een peuter was (en de bovenstaande regel dus nog niet onder de knie had), liep hier een madam rond met zo’n Duitse dinges. Ik was altijd terughoudend, maar zij vond dat niet nodig: ‘Hij doet niets hoor madam’. Ja nee, dacht ik, tot mijn peuter met haar vingertje in zijn oog pookt, dan staat dat beest daar toch gezellig met zo’n grote muil met scherpe tanden op de hoogte van haar gezicht. Brrrrrrr. Of zo’n grote Duitse dinges die achter Janna begint te lopen die op het voetpad fietst. Whieeeee! En die pitbulls dan, waarvan de eigenaar het steeds nodig vond om ermee te wandelen nét als de school uit was, net op dat wegje aan de school. Twee pitbulls aan de lijn, één pitbull los. Ik kreeg er verdorie ’t schijt van.

Dan liever de geburen, die een lief uitziend maar gemeen beestje hadden, die zeiden dat zelf: zorg dat de kinderen nooit dichtbij de hond komen, want we weten niet hoe hij gaat reageren. Dat apprecieerde ik.

En dan pesten. Aaaargh, zo moeilijk. Ik heb er eentje dat gepest werd. Maar dat ook héél gevoelig is, en dus ook dingen die goed bedoeld zijn, als pesten ziet. Ik heb Janna en Milan altijd geleerd nooit te pesten, nooit fysiek geweld te gebruiken. Maar dat laatste weet ik nu niet meer. Wat doe je als je kind keer op keer afgemept wordt op school? Zeggen dat hij zich gewoon moet laten doen, niet terugslaan, niet terugschoppen? Een kind dat op zo’n moment verbaal ook al niet sterk staat? Want bij moeilijkheden klapt hij dicht. Thuis gaat het allemaal goed, kan hij zich heel goed weren tegen zijn zus. Maar als hij zich buitenshuis niet goed voelt, dan klapt hij helemaal dicht. Dus zeg ik nu dat hij maar eens moet terugslaan. Soms is één keer tonen dat je lef in je lijf hebt, genoeg om ze te doen stoppen. Je kan toch niet altijd weglopen?

Is hier heel summier neergeschreven, eigenlijk vergt het bovenstaande een uitleg van 3 bladzijden. Ik weet het niet. Ik vind het een moeilijke oefening. All is well, tot je kind gepest wordt.