Categorie Archieven: wijvenweek

wijvenweek

Vermits Janna het niet zo plezant vond dat ik me er gisteren vanaf maakte met ‘vanavond niet schat, ik heb hoofdpijn’, hier een extra dagje.

Ik vond de wijvenweek best gezellig. En dat is wat ik denk dat het moest zijn. Gezellig. Niet controversieel, niet feministisch, niet op de barricaden. Gewoon, wijvenpraat. Wijvengezwam in de wijvenweek. Ik heb een aantal blogs toegevoegd aan mijn feedreader. Ik heb een week nog meer gelezen dan anders.

En wat is er mis met het woord wijvenweek? Wat mij betreft niks, integendeel. Het bekt lekker, met die alliteratie. Het had voor mij geen negatieve connotatie. Weet je, ik noem mijn dochter soms zelfs wijveke. Mijn wijveke. Net zoals haar grootmoeder haar wijfie noemt, of wijfietje.

Maar, het is niet nieuw. Vroeger werd ik meidje genoemd. Door mijn ma, en door mijn zussen ook. Meidje. Ooit zat ik op de drempel van de achterdeur, samen met een meisje uit de buurt. Geen vriendinnetje, daarvoor vond ik haar altijd te kleinzerig, te pietluttig, te preciezerig, te godsvrezend, te kleinzielig. En zij vroeg me dat. Of ik dat niet erg vond, dat ze me meidje noemden. Net alsof ik hun meid was, hun hulpje, hun poetsvrouw. Ook zij had het niet begrepen. Het was een koosnaampje, uit liefde. Geen denigrerende scheldnaam.

Ach wat. Als je ‘t zelf weet, is het goed zeker… en het was goed.

wijvenweek

Vandaag niet schatjes, ik heb hoofdpijn.

wijvenweek

Wat mannen niet begrijpen van vrouwen. Ach, het is me te algemeen. De ene man begrijpt dit vreemde trekje bij vrouwen, de andere dat. Er zijn mannen die ook graag veel schoenen hebben. Er zijn mannen die zich volvreten met chocolade. Er zijn mannen die graag shoppen. En laat dat nu net drie dingen zijn die mij als vrouwen weinig zeggen.

Maar kom, laat ik toch maar een voorbeeldje geven. Mannen begrijpen niet dat elke maand maandstonden erger is dan zich alle dagen moeten scheren.

Maar ook dat gaat bij ons niet op, want ik heb geen maandstonden en hij scheert zich maar om de 10 dagen of zo.

wijvenweek

Kinderen. Ja, ik heb er. Ik was 25 toen mijn dochter geboren werd. De bedoeling was: op mijn verjaardag. Ik vond dat een fijn idee. Maar het kind was koppig en bleef nog tien dagen ter plekke zitten. Zoon volgde net geen twee jaar later. De bedoeling was: op mijn schoonmoeders verjaardag. Schoonmoeder was niet gecharmeerd, bijgevolg was het kind ook koppig en bleef nog een week ter plekke zitten.

Op mijn blog heb ik een categorie ‘Kroost’. Ik verwijs liever naar mijn kroost met de noemer kroost dan het gehate woord kids bijvoorbeeld. Dan veel liever kroost. Of kinderen. Of kinders (plat Oost-Vlaams uit te spreken). Of mijn mormels. Mijn monsters. Mijn allerliefste, schattige bloedjes.

Ik heb een periode gehad dat ik geheel en totaal bezeten was van mijn kinderen. Ik dacht aan niets anders. Ik droomde van hen. Ik praatte over niets anders. Maar gelukkig, dat gaat voorbij. Er kwam weer plaats in mijn hersenen voor andere dingen, andere interesses. Ik leerde met veel blutsen en builen dat kinderen krijgen loslaten is. Een cliché zo groot als de Mont Ventoux, maar het is wel zo. Als moeder leer je al loslaten op het moment dat dat kleintje geboren wordt. En dan komen er steeds weer nieuwe stappen. Na al die jaren gaat dat loslaten me stukken makkelijker af, ik ben trots op iedere stap die ze onafhankelijk leren zetten. Ooit dacht ik dat ik het erg moeilijk zou hebben als mijn kinderen groter zouden worden, maar het is net omgekeerd: hoe groter ze worden, hoe fijner ik het vind. Je kan er echte gesprekken mee voeren, ze leren steeds zelfstandiger dingen doen, en ik kijk toe en ben content. Hoe groter mijn kinderen worden, hoe kleiner de moederkloek in mij wordt.

Maar vaak vraag ik me af: voelde mijn moeder zich vroeger net als ik nu? Voor mij leek ze, toen ik kind was, zo heel erg volwassen. Veelwetend. Rustig. Zelfverzekerd. En ik, nu ik moeder ben, moeder van een puber en een pre-puber? Nu de 40 nadert? Binnenin voel ik me niet volwassen. Niet rustig en zelfverzekerd en veelwetend. Ik vraag me veel af, voel me soms een 20-jarige, ben helemaal niet zeker of ik de dingen wel goed doe. Zou zij zich toen ook zo gevoeld hebben? Ik vraag me dat vaak af. Ik zou het haar gewoon eens moeten vragen, denk ik.

wijvenweek

Eigenlijk valt het best nog wel mee, met dat huishouden van mij.

Vanmorgen netjes om 8u05 de deur uit om de bus van 8u15 te halen en lekker vroeg om 8u35 op het werk te arriveren. De afwasmachine stond te draaien, de wasmachine staat op timer zodat ze klaar is als ik thuiskom van het werk. Strijkplank, strijkijzer en mand was staan klaar. De machine was van gisteren is zelfs al netjes opgevouwen, nog gedaan voor ik vertrok. De keuken is opgeruimd. We hadden een lekker vers broodje vanmorgen.

Niet slecht, toch?

 wijvenweek

Huishouden. Oeps. Auw. Ai. Aaargh.

Stroomlijnen is het sleutelwoord, ofte, zo weinig mogelijk doen. Want geef toe, huishouden is saai. Alhoewel. Sommige mensen vinden huishouden niet saai. Er zijn mensen die graag kuisen bijvoorbeeld. En hoe onhip het ook moge klinken: ik *benijd* die mensen. Ik zou echt, echt, heel graag, graag kuisen. Dat zou toch gemakkelijk zijn? Dat ik kuisen een plezier zou vinden. Dat ik al zingend als een wervelwind met dweil en stoffer en blik en borstel door het huis te gaan. Maar ik vind het geen plezier, integendeel, wat ik voel voor kuisen benadert een heel beladen gevoel: háát. Ik háát kuisen. Ik begin volle moed te stofzuigen… de stofzuiger blijft achter een tafelpoot haken en valt om, ik bots met mijn hoofd tegen een kast… en voor je ‘t weet ben ik luidkeels vloekend bezig. (en ik weet dat ik gewoon lomp en onhandig ben)

Er zijn aspecten van het huishouden die me minder zwaar vallen. De was doen bijvoorbeeld, daar vind ik niks ergs aan. Ook niet voor 6 man. Het gekke is wel: voor hoe meer personen ik was, hoe minder ik strijk. Ik beperk de strijk ondertussen tot zo’n vierde van de totale was. Ik strijk per week 1 à 2 uur, en geef toe, voor 6 mensen is dat echt niet veel.

Boodschappen doen is de laatste tijd ook drastisch beperkt in tijd: sedert we via een collega de Collect&Go ontdekt hebben, is boodschappen doen al een veel minder erge klus.

Alleen jammer dat we er momenteel financieel niet goed genoeg voorzitten om via dienstenchèques een poetshulp in te schakelen, dat zou een enorme opluchting zijn. Vooraan worden de ramen om de 2 maanden gelapt door een ruitenwasser, dat kan er nog net af. Maar wekelijks een poetshulp gaat momenteel niet, jammer genoeg. Dus ligt het huis er niet echt netjes bij…

En nu ga ik, met permissie, in mijn zetel hangen. De kinderen zijn er een week niet, maar dat is geen excuus om het huis onder handen te nemen of de tuin in orde te zetten of klussen te doen. Nee nee, da’s een excuus om op mijn lui gat te zitten en te genieten van de rust en de stilte!

wijvenweek

Oei, mannen. Heikel onderwerp. Gescheiden als ik ben en al.

Ik was een meisjesmeisje (een wijvenwijf klinkt wel héél erg, vandaar). Opgegroeid in een gezin met 3 meisjes. Mijn eerste kind was een meisje. Tweede op komst, en zoals bij het eerste wilden we wel weten van welke kunne het zou zijn. Een jongen. Ieps, een jongen! Help! Ik weet niets van jongens! Hoe moet dat gaan? Paniek! Het heeft een paar weken geduurd voor ik er echt aan gewend was, aan het idee dat ik een jongen zou krijgen. En het is goedgekomen hoor, ik heb een allerliefste jongen die mij de allerliefste mama vindt.

En na gescheiden te zijn, is het ook weer allemaal goedgekomen. Ik heb een heerlijk exemplaar van een man in huis, die voor mij alles is wat een man moet zijn. Wat dat allemaal is? Ach, doeternietoe, ik zie hem graag, en hij ziet mij graag. I’m a happy camper!

 wijvenweek

Elke vrouw heeft mannelijke kantjes. Elke man heeft vrouwelijke kantjes. De één al meer dan de ander natuurlijk. Mijn wederhelft heeft wat vrouwelijke kantjes die ik fantastisch vind. En ik heb mannelijke kantjes die hij fantastisch vindt. Zo ligt kaartlezen hem niet echt, en mij wel. Hij heeft geen gevoel voor richting. Zonder kaart of GPS gaat hij gegarandeerd de verkeerde kant op. Met mij erbij niet, ha. Ik ben soms de levende GPS and I like it. Ik kaffer ook met bijzondere graagte de madam van de GPS uit.

Shoppen is een ander mannelijk kantje van me. Ik heb iets nodig, ik ga naar de winkel, ik zoek het, ik vind het (hopelijk toch), ik koop het, ik ben zo snel mogelijk de winkel weer uit. Boodschappen doen kon soms ontaarden in een race tegen de tijd: plezant vond ik het als ik binnen het kwartier terug was van de Delhaize, fietsritje van 500m heen en terug inbegrepen.

Het ‘echte’ shoppen ook zo. Ik ga enkel winkelen als ik iets nodig heb, voor de andere huishoudenaars of mezelf.  Met lang rondzeulen in een winkel kan je me alleen maar straffen. Shoppen moet functioneel zijn. Van slenterende shoppers in winkelstraten krijg ik het gigantisch op mijn zenuwen. Ze zouden een snelbaan moeten vrijhouden voor degenen die niet willen slenteren.

Alleen in de solden wil ik wel eens van winkel tot winkel gaan zonder dat ik precies weet wat ik nodig heb. Maar dan nog zijn het bepaalde winkels, en dan koop ik vaak zonder te passen, omdat het me te lang duurt.

Gelukkig is mijn dochter ook een doelgerichte shopper, en als we gaan samen gaan winkelen zie je een dubbele tornado passeren!

wijvenweek

Mijn wijflijf. Mmmm. Ben ik er content mee? Mmmm. Laat ik me beïnvloeden door de wijvenboekskes? Not really. But maybe a bit.

Ik ben altijd slank geweest, van slank tot mager. Daarvan was ik altijd content. Een goed poepke, de cup is best wel OK. Stress doet me vermageren, en op een bepaald moment woog ik echt wel vreselijk te weinig. Maar dat is voorbij. Ik ben gelukkig, en ik ben dus meer dan 10 kilogram zwaarder dan toen. Wat ik mijn perfecte gewicht vond (wat voor alle duidelijkheid niet was op het moment dat ik door de stress vel over been was), was eigenlijk ondergewicht, BMI was te laag. Nu is mijn BMI perfect, maar vind ik naar mijn eigen mening hier en daar teveel rollekes. Love handles, een beetje buikje. Maar als mijn ventje foto’s ziet van vroeger, dan vond hij me oei zo mager, dan is het nu wel beter. Dus is het beter, ah ja!

Wat me vooral frustreert, zijn de gevolgen die ik overgehouden heb aan kindjes krijgen. Ik ben twee keer zo’n 18 kilogram verzwaard, en dat gaat niet ongestraft. Striemen. En een beetje vel op overschot gelijk. Toen ik net bevallen was van Janna, durfde ik begot niet naar mijn buik kijken, dat moest toch vréselijk zijn! Het ene moment zo’n ton gevuld dat die bijna op knappen stond, en dan niks meer? Aaargh, het was zowat een trauma. En over de gevolgen van de borstvoeding wil ik het al helemaal niet hebben. Nu ja, dat zou niet echt aan de borstvoeding liggen, en is wat genetisch bepaald, maar dat troost me niet. De extra kilo’s gingen er vrij vlot af (9 maanden zwanger, 9 maanden ontzwangeren, daar kwam het op neer), maar de gevolgen zie je nog altijd. Maar goed, zo gaat dat nu eenmaal. Alhoewel ik de vrouwen benijd die na hun bevalling(en) nog steeds een ongeschonden lijf hebben.

En dan. Tram 4 komt hier ontmoedigend duidelijk in het vizier. Maar, voorlopig niet al te veel ouderdomsverschijnselen aan mijn wijflijf. Van rimpels blijf ik voorlopig wonderlijk gespaard, en grijs haar is iets dat je netjes kan camoufleren. Alleen viel het me onlangs op dat het vel op mijn handen er de laatste weken ineens wat ouder gaat uitzien. Oeps, toch tijd voor een crèmeke extra? Niet dat ik veel crèmes en andere toestanden gebruik, alleen om een droog vel en de bijhorende jeuk tegen te gaan. Alle wondermiddeltjes zijn niet aan mij besteed.

Mijn grootste frustratie heeft niets met wijflijf op zich te maken: mijn ogen. Mijn slechte ogen. Gelukkig zijn er lenzen. Maar echt, ik zou GELD GEVEN om eens een dag goed te zien. Echt.