Categorie Archieven: Leven aan 't Scheld

Na een paar dagen wachten, dan eindelijk toch vrij positief nieuws. Ik was vreselijk ongerust, en probeer dat te verdringen, maar achteraf voel ik aan de opluchting dat die spanning toch heel groot was. Het sijpelt door tot in mijn dromen, ik droomde van insecten… mieren, bijen, en een gigantische soortement bloedzuiger die zich op mijn arm vastgeklemd had en die ik eraf moest trekken. Waarna een paar schone zuigsporen in mijn arm stonden. Vies maat, zo’n beestige dromen. Bah.

Wat is de zin van het leven? Dat vraag ik me af. Soms mis ik een god, of een godsdienst, als kapstok om de zin van het leven aan op te hangen. Of een god op wie ik de schuld kan steken van dingen die gebeuren. Maar ik geloof niet, en dan is het soms diep nadenken en afvragen waarom we dit alles doen, in dit leven. Wat het nut ervan is. Iemand antwoorden op deze vragen?

Fobieën, weet u wel. Angsten. U welbekend. Zoals claustrofobie. Arachnofobie. Maar ook xenofobie. En verlatingsangst. Smetvrees. Hoogtevrees. Bindingsangst. U kent ze wel, hè?

Maar wist u ook dat er iets bestond als anglofobie (angst voor Engeland of Engels)? Of apotemnofobie (angst voor amputaties)? En neofobie (alles dat nieuw is)? Of nog: gamofobie (angst voor het huwelijk of langdurige relaties)?

Echt grappig wordt het als het gaat over autoglossofobie (angst voor de eigen taal). Of triskaidekafobie (angst voor het getal 13) . En friggatriskaidekafobie (angst voor vrijdag de dertiende).

Helemáál grappig wordt het als het gaat over hippopotomonstrosesquippedaliofobie (angst voor lange woorden).

Maar ik ging echt tegen de grond van het lachen toen ik las dat er oog iets bestaat als ergofobie: angst voor werken. Jahaaaaa!

Met dank aan Wikipedia, mijn dochter en Jara.

Het was niet echt een onderzoek naar de invloed van vloeken op pijn, maar het komt dicht in de buurt: wie zijn hand in ijskoud water steekt, en ondertussen vloekt, kan beter tegen de pijn dan iemand die niet vloekt. (klik)

Ik vind dat een vrijgeleide om te vloeken wanneer ik pijn heb, wanneer het me niet afgaat, als iets me irriteert, als iemand me irriteert… want dat is allemaal hetzelfde volgens mij. Ha, je zal me wel horen komen!

(er staat volgens mij ook een zeer interessant interpretabel zinnetje in dat artikel over catastrofale mannen)

U, aandachtige lezer, vraagt zich na de berichten van de afgelopen dagen misschien af vanwaar de energie komt om al deze verfraaiingswerken aan het huis te verrichten. We hadden het daarbij nog niet eens over ons tuintje, dat tijdens het voorjaar en de zomer over een pracht aan kleurige bloemen beschikte, waar wij helemaal vrolijk van werden. En ook niet over de aardbeiplantjes die gepoot werden in plantenbakken die al jaren leeg stonden te verkommeren. En ook niet over de plannen om dat houtkot eens uit te ruimen in de herfst. Vanwaar al deze energie?

Wel, sedert mid-augustus zijn meneertje Mertens en ik eindelijk samen eigenaar onzer woning. Na veel onderhandelen over de prijs (tot het me de strot uithing, eerlijk gezegd, ik heb meer dan eens zin gehad om de handdoek in de ring te gooien, we zijn op een bepaald moment zelfs op zoek geweest naar een ander huis), na veel gepalaver, gestress, gezemel en gezeik, zijn we toch overeengekomen, zijn de nodige papieren getekend, is een (sociale) lening afgesloten, en zijn ons aller handtekeningen gezet op een notariële akte.

Iets wat uiteraard uitgebreid gevierd is. Het geeft een gans ander gevoel, dat geef ik u op een briefje.

Jaja, u mag ons beiden nu gerust grootgrondbezitters en kasteelheer en -dame noemen!

Zoals beloofd, een verslagje van het kastje op het alleetje.

Op het tweede verdiep, waar de kamers van Milan en Jens en Lies uitkomen, daar is een klein overloopje, waar een trap bovenkomt maar dan niet meer verdergaat. Iets van 1m30 op 1m30 of zo.

Op één of andere manier waren we erin geslaagd het daar ook tot een hoop stoffige rommel te laten verworden. Een kastje, totaal ondergesneeuwd onder gezelschapsspellen, boeken, stripverhalen, en rommel, pure rommel. Toen we de kelder opkuisten, vond ik dat we dat tegelijkertijd moesten aanpakken, dan was het daar ook netjes, en konden we daar een kast zetten zodat ik nog wat extra bergruimte had.

Gelukkig is het daar zo groot niet als in de kelder, want hier moesten alle spullen wel 2 verdiepingen naar beneden… 38 treden. Erg, heel erg. Maar ‘t is gelukt, alles is opgeruimd (Marijke, hier staat een curverbak met boeken en spelletjes voor Sam en Li!), de kast gedemonteerd, de spiegel van de kast gerecupereerd op Milan zijn kamer, de kast uit elkaar gehaald en naar het containerpark gebracht.

En het nieuwe kastje staat er. Het was even zoeken en meten om iets geschikts te vinden, maar we zijn er geraakt. Zie foto van miserabele kwaliteit hieronder. En hier geldt hetzelfde als voor de kelder, jammer en oef dat er geen before foto bestaat…

En voor wie er op deze slechte foto in slaagt te onderscheiden hoe de muur eruit ziet: wel, dat is een plan voor volgende zomer. Gang behangen en schilderen. Iep!

Zoals beloofd, een verslag van onze werken in de kelder.

Foto’s van before zijn er niet. Beetje jammer, maar ook een beetje oef. Beetje jammer, want het had wel leuk geweest de totale metamorfose te zien. Beetje oef, want eigenlijk was het te schaamtelijk voor woorden.

Het was daar een nest, een nést, niet te geloven. Een jaar of 7 geleden had ik die kelder eens volledig opgeruimd (een beetje een purgerende oefening na de echtscheiding), maar sedertdien was daar niet veel meer gebeurd. En dan krijg je een beetje rommel. Wat meer rommel. Nog wat meer rommel. En na een tijd denk je, zwier het er maar bij, het kan geen kwaad, het is daar toch al om zeep.

Tot het teveel wordt, en je denkt dat er toch eens iets aan gedaan moet worden. Dat denken sleept een paar maanden aan, tot het echt niet meer kan. En dan maak je plannen. We gaan dit en dat en zus en zo.

En dan begin je eraan. Terwijl het warm is buiten. Lekker, want in de kelder is het koel. Verdelen, sorteren. Boel naar boven sleuren voor het containerpark. Een hele gang vol. Trap op, trap af. Goed voor een stevige poep, zegt Janna dan. Haha. Twee keer over en weer naar het containerpark. Sorteren. Verdelen. Opruimen. Beetje per beetje, dag per dag. Tot er weer wat klaarheid komt in de nest.

Naar Ikea, een rek halen. Kuisen, opruimen, sorteren, verdelen. Rek plaatsen. Alles weer netjes vullen. Plaatsjes zoeken.

En dan: oef, ‘t is gedaan! Eindelijk! In opperste tevredenheid kunnen terugkijken op al dat werk, want het heeft een nette, ruime, propere, ordelijke kelder opgeleverd. En dat gaan we nu zo houden. Voor altijd! (het staat hier wit op zwart, dus… het moet wel)

Die fiets moet nog weg, voor de rest netjes in orde. En ons lawaaierig serverke, dat mag nu lawaai maken in de kelder, heerlijk stil is het in de woonplaats!

Netjes en georganiseerd, net als wij!

Ergens onderaan in een bak zat nog een James Dean poster, die mocht natuurlijk niet weg, hij kan de mannen aan de werkbank maar inspireren!

Zo. Het zomerreces was niet aangekondigd, maar het was er wel. Een maand, of meer dan een maand stilte alhier. En daar gaan we eens iets aan doen zie, ik ben terug, in full force.

Niet dat ik ondertussen stilgezeten heb. Nou ja, ik heb veel stilgezeten, maar ik heb ook veel gedaan. Samen met meneertje Mertens. Zoals daar zijn:

  • genoten van de toch wel betere Belgische zomer.
  • niet naar de Gentse feesten geweest.
  • veel gelezen.
  • Facebook ontdekt (och, ik kende het wel hoor, helemaal achterlijk ben ik nu ook weer niet, maar ik had er tot nog toe geen zin in. Dan toch overstag gegaan, en kijk eens, ik ben helemaal verslaafd, al was het maar aan Farmville en Farmtown).
  • Twitter ontdekt (wat mij betreft vooral leuk om coureurs te volgen).
  • de kelder opgeruimd (verslag volgt).
  • het alleetje boven opgeruimd (verslagje volgt).
  • veel naar Ikea geweest.
  • lekker gegeten en gedronken.
  • genoten van het grote-vakantie-gevoel. Zelfs al moest ik werken, dan nog was er dat grote-vakantie-gevoel. En ik moest veel werken dit jaar, wegens weinig verlof wegens op 1 januari overgestapt van 19u per week naar 25u per week, en wegens dat het verlof maar een jaar later volgt (rollseyes is hier wel van toepassing).
  • euhm, nog iets?
  • vooral veel genoten dus.

Welkom terug lezertjes, nog anderhalve dag respijt en dan is het weer vollen bak kindertjes en school en activiteiten en werken en eten maken en opruimen en wassen en al de rest.

Deze link vond ik bij de Lowimpactman: Object Graveyard, of hoe de spullen die we niet meer gebruiken eindigen. Behoorlijk impressionant. Onderaan het artikel staan ook nog interessante links, Abandoned Cities, Buildings and Wonders of the World.

Interessant bij Kerygma. Ik probeer het ook eens.

  • Doe dat waar je je goed bij voelt.
  • Schuldgevoelens zijn de meest nutteloze gevoelens.
  • Wees vriendelijk. Je krijgt dan heel vaak vriendelijkheid terug.
  • Slecht slapen is iets wat je leven behoorlijk kan verpieteren. Doe daar iets aan, en de rest zal ook beter worden.
  • Veralgemenen is niet goed.
  • Geniet van het leven, want het is kort. Kan als een enorme dooddoener klinken, maar als je op een paar maanden tijd van heel dichtbij een paar vuilaards als kanker en stervende kindjes meemaakt, weet je ineens dat die dooddoener zó juist is.
  • Genoeg geld hebben is toch wel aangenaam.
  • Blijf niet zitten in een situatie waarin je ongelukkig bent. Doe er iets aan, ook al levert het je kritiek van familie op, en financiële en materiële achteruitgang.
  • Wijsheid komt met de jaren. Echt waar.
  • Doe dat waar je je goed bij voelt. Het kan niet genoeg herhaald worden.